Een te laag schooladvies kan meer veranderen dan alleen het niveau waarop een leerling begint. Karim Amghar laat in zijn boeken, documentaires en lessen zien hoe kansenongelijkheid, afkomst, verwachtingen en identiteit elkaar in het Nederlandse onderwijs beïnvloeden. Ik zet zijn achtergrond, belangrijkste thema’s en praktische lessen voor scholen, docenten en ouders overzichtelijk bij elkaar.
De belangrijkste inzichten over deze onderwijsstem
- Karim Amghar is schrijver, programmamaker, presentator en mbo-docent.
- Zijn centrale thema is kansengelijkheid in het onderwijs.
- Hij vraagt extra aandacht voor de waardering van het mbo en mbo-studenten.
- Zijn persoonlijke schoolervaring vormt een belangrijke basis voor zijn publieke werk.
- Scholen kunnen zijn aanpak vertalen naar hogere verwachtingen, beter luisteren en inclusiever beleid.

Wie deze onderwijsstem is en waarom hij opvalt
Karim Amghar is een Nederlandse schrijver, programmamaker, presentator en docent. In zijn werk komen onderwijs, diversiteit, polarisatie en sociale ongelijkheid steeds samen. Hij spreekt niet alleen als commentator, maar ook vanuit ervaring als mbo-docent en als iemand die zelf met een verkeerd schooladvies te maken kreeg.
Zijn verhaal begon met het gevoel dat zijn talent niet goed werd gezien. Een te laag advies na de basisschool had volgens zijn eigen relaas grote gevolgen voor zijn motivatie en zelfbeeld. Later kreeg hij alsnog ruimte om door te leren. Die omslag gebruikt hij nu om te laten zien dat een oordeel van school nooit de volledige potentie van een leerling beschrijft.
Dat maakt zijn boodschap herkenbaar voor veel ouders en leerlingen. Hij reduceert kansenongelijkheid niet tot cijfers of inkomen, maar kijkt ook naar verwachtingen, taal, rolmodellen en de vraag of een leerling zich werkelijk gezien voelt. Mijn indruk is dat juist die combinatie zijn werk toegankelijk maakt voor mensen die zich niet snel in beleidsrapporten herkennen.
Gelijke kansen beginnen volgens hem bij hoge verwachtingen
In zijn visie betekent kansengelijkheid niet dat iedere leerling precies dezelfde begeleiding krijgt. Het betekent dat achtergrond, thuissituatie of accent niet automatisch bepalen hoe hoog een school de lat legt. Een leerling kan extra ondersteuning nodig hebben en tegelijk hoge verwachtingen verdienen.
Daar zit een belangrijk verschil. Lage verwachtingen worden soms verpakt als bescherming of realisme, terwijl ze in de praktijk talent kunnen afremmen. Amghar laat zien dat leerlingen zich vaak gaan gedragen naar het beeld dat anderen van hen hebben. Wie voortdurend hoort dat een opleiding te hoog gegrepen is, kan uiteindelijk zelf aan die twijfel gaan geloven.
Voor docenten betekent dit niet dat ieder advies naar havo of vwo moet worden opgeschroefd. Het vraagt wel om een bredere beoordeling. Kijk naast toetsresultaten naar ontwikkeling, motivatie, leervermogen en de omstandigheden waarin prestaties tot stand kwamen. Een toets is informatie, geen eindvonnis.
Lees ook: Spelling werkbladen - Zo kies je de beste voor écht resultaat
Inclusie gaat verder dan een diverse schoolfoto
Een school is niet automatisch inclusief omdat leerlingen verschillende achtergronden hebben. Inclusie wordt zichtbaar in de manier waarop gesprekken worden gevoerd, conflicten worden besproken en lesmateriaal wordt gekozen. Leerlingen moeten niet alleen aanwezig zijn, maar ook ervaren dat hun ervaringen serieus worden genomen.
Daarom koppelt Amghar diversiteit aan verbinding en burgerschap. Het doel is niet dat verschillen verdwijnen, maar dat leerlingen leren omgaan met verschil zonder elkaar meteen in kampen in te delen. Dat vraagt om duidelijke grenzen bij discriminatie én om ruimte voor een eerlijk gesprek over religie, afkomst, kansen en uitsluiting.
Waarom zijn aandacht voor het mbo zo belangrijk is
Een groot deel van zijn werk draait om de positie van het middelbaar beroepsonderwijs. In Maar dat begrijp jij toch niet beschrijft hij vanuit persoonlijke ervaringen en maatschappelijke observaties waarom het mbo meer is dan een praktische route naar werk. Het levert vakmensen op die onmisbaar zijn voor zorg, techniek, bouw, dienstverlening en veiligheid.
Toch krijgen mbo-studenten volgens hem vaak minder status dan studenten in het hoger onderwijs. Dat zie je bijvoorbeeld in de manier waarop over opleidingen wordt gesproken, in selectie op opleidingsniveau en in het idee dat praktisch werk minder intellectueel zou zijn. Die onderschatting raakt niet alleen het zelfvertrouwen van studenten, maar ook de samenleving als geheel.
De oplossing is niet om beroepsonderwijs simpelweg tegenover universiteit of hbo te plaatsen. Een gezonde onderwijsvisie waardeert verschillende vormen van talent. Ik vind dat een van de sterkste punten in zijn boodschap: hij vraagt niet om medelijden met mbo-studenten, maar om respect, betere begeleiding en gelijke maatschappelijke waardering.
Boeken en programma’s die zijn visie zichtbaar maken
Wie zijn ideeën beter wil begrijpen, kan kiezen tussen boeken, documentaires en programma’s. Elk medium legt een ander accent. De boeken zijn geschikt voor verdieping, terwijl de televisieprojecten maatschappelijke thema’s vaak via persoonlijke verhalen begrijpelijk maken.
| Werk | Centraal thema | Voor wie relevant |
|---|---|---|
| Hoor mij, zie mij! | Kansenongelijkheid en de gevolgen daarvan | Docenten, ouders en onderwijsprofessionals |
| Van radicaal naar amicaal | Polarisatie, radicalisering en verbinding | Scholen en organisaties die moeilijke gesprekken voeren |
| Maar dat begrijp jij toch niet | De waarde en positie van het mbo | Mbo-studenten, docenten en beleidsmakers |
| Karim pakt zijn kans | Kansen van jongeren met talent en beperkte middelen | Iedereen die onderwijsongelijkheid wil begrijpen |
| Geloof in het onderwijs | Schoolkeuze, vrijheid van onderwijs en identiteit | Ouders, scholen en geïnteresseerden in artikel 23 |
| Gewoon lastig of neurodivers | Neurodiversiteit en passende ondersteuning | Gezinnen, scholen en begeleiders |
De gemene deler is steeds dezelfde. Hij probeert abstracte thema’s te verbinden aan concrete levens van leerlingen, studenten en gezinnen. Daardoor blijft het onderwerp niet hangen in termen als diversiteit en inclusie, maar wordt duidelijk wat beleid betekent in een klaslokaal.
Wat scholen concreet van zijn aanpak kunnen leren
Zijn werk is vooral bruikbaar wanneer een school het niet bij een inspirerende lezing wil laten. De eerste stap is een kritische blik op de eigen verwachtingen. Krijgen leerlingen met verschillende achtergronden dezelfde aanmoediging, feedback en toegang tot extra kansen?
- Gebruik meerdere gegevens bij schooladvies en doorstroom, niet alleen één toetsmoment.
- Bespreek met leerlingen hoe zij de sfeer, regels en begeleiding op school ervaren.
- Maak ruimte voor gesprekken over discriminatie, religie, afkomst en sociale klasse.
- Geef mbo-studenten zichtbare waardering en betrek hen serieus bij burgerschapsonderwijs.
- Meet inclusie niet alleen met activiteiten, maar ook met doorstroom, welzijn en betrokkenheid.
Een veelgemaakte fout is dat inclusie wordt teruggebracht tot een themaweek of enkele posters in de gang. Dat kan helpen om aandacht te creëren, maar verandert weinig wanneer leerlingen daarna nog steeds lagere verwachtingen krijgen. Structurele aandacht in lessen, begeleiding en schoolbeleid maakt het echte verschil.
Ook een persoonlijke aanpak kent grenzen. Een docent kan voor een leerling een belangrijk rolmodel zijn, maar kan niet alle achterstanden, armoede of discriminatie alleen oplossen. Daarom moeten individuele betrokkenheid en goed schoolbeleid elkaar versterken.
Wat zijn werk relevant maakt voor het onderwijs van 2026
De discussie over kansengelijkheid is nog altijd actueel. Scholen zoeken naar manieren om hoge verwachtingen te combineren met ondersteuning, terwijl leerlingen tegelijk te maken hebben met prestatiedruk, identiteitsvragen en een snel veranderende samenleving.
Daarom blijft zijn kernboodschap bruikbaar. Kijk niet alleen naar wat een leerling nu laat zien, maar ook naar welke kansen die leerling tot nu toe heeft gekregen. Wie onderwijs eerlijker wil maken, begint bij luisteren, vertrouwen en het durven bijstellen van eigen aannames.
Voor mij is dat de blijvende waarde van zijn werk. Het geeft geen simpele oplossing voor een ingewikkeld probleem, maar dwingt scholen wel om scherper te kijken naar de gevolgen van hun keuzes. Een leerling hoeft niet eerst perfect te presteren om serieus genomen te worden. Juist erkenning kan de ruimte creëren waarin talent zichtbaar wordt.