Wat gebeurt er wanneer iemand wel medische hulp nodig heeft, maar geen vast adres, verzekering of papieren heeft? Michelle van Tongerloo is huisarts en straatarts in Rotterdam en laat zien hoe snel mensen buiten het Nederlandse zorgsysteem kunnen vallen. Haar werk, columns en boek geven een concreet beeld van dakloosheid, bestaansonzekerheid en de vraag hoe zorg menselijker kan worden ingericht.
Dit zijn de belangrijkste inzichten over haar werk
- Straatarts Van Tongerloo helpt mensen die vaak geen toegang hebben tot reguliere zorg.
- Ze houdt spreekuur bij de Pauluskerk in Rotterdam, onder meer voor dakloze, onverzekerde en ongedocumenteerde mensen.
- Haar kritiek richt zich op bureaucratie, versnippering en protocollen die het contact met patiënten kunnen verdringen.
- In haar boek Komt een land bij de dokter koppelt ze persoonlijke verhalen aan maatschappelijke analyse.
- Haar centrale boodschap is eenvoudig maar scherp: zie eerst de mens, daarna het dossier.

Wie Michelle van Tongerloo is en waarom haar werk opvalt
Michelle van Tongerloo werkt als huisarts in Rotterdam en daarnaast als straatarts bij de Pauluskerk. Daar ontmoet ze mensen die door omstandigheden moeilijk toegang krijgen tot een gewone huisartsenpraktijk. Denk aan dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, ongedocumenteerde mensen en patiënten met verslavings- of psychiatrische problemen.
Wat haar aanpak bijzonder maakt, is dat ze niet alleen naar de medische klacht kijkt. Een wond, infectie of psychisch probleem staat zelden op zichzelf. Geen woonadres, schulden, taalproblemen en angst voor instanties bepalen vaak mede of iemand überhaupt een behandeling kan beginnen.
Haar loopbaan verliep bovendien niet volledig rechtlijnig. Naast geneeskunde volgde ze een opleiding fotografie. Die combinatie helpt verklaren waarom ze medische situaties niet alleen klinisch benadert, maar ook oog heeft voor verhalen, beeldvorming en de manier waarop de samenleving naar kwetsbare mensen kijkt.
Wat een straatarts anders doet dan een gewone huisarts
Een straatarts werkt niet vanuit de veronderstelling dat iedere patiënt een agenda, telefoon, identiteitsbewijs en stabiele woonplek heeft. De praktijk begint vaak met iets veel eenvoudigers: contact maken en vertrouwen opbouwen. Soms betekent dat een patiënt zoeken in een opvanglocatie of helpen bellen voor een onderzoek.
| Reguliere huisartsenzorg | Straatgeneeskunde |
|---|---|
| De patiënt komt meestal op afspraak naar de praktijk. | De zorgverlener zoekt aansluiting bij de leefwereld van de patiënt. |
| Een dossier bevat doorgaans adres- en verzekeringsgegevens. | De arts werkt soms met ontbrekende documenten of onvolledige informatie. |
| De behandeling richt zich vaak op een afgebakende klacht. | Medische, sociale en psychische problemen worden vaker samen bekeken. |
| Doorverwijzen lijkt administratief relatief eenvoudig. | Een verwijzing kan vastlopen door vervoer, geld, taal of registratie. |
Dat betekent niet dat straatgeneeskunde een alternatief is voor de hele gezondheidszorg. De aanpak werkt juist goed als eerste toegang tot zorg en als brug naar andere hulpverleners. De beperking is duidelijk: zonder samenwerking met opvang, ggz, gemeenten en ziekenhuizen blijft de arts problemen oplossen die eigenlijk structureel moeten worden aangepakt.
Haar kritiek op het Nederlandse zorgsysteem
Van Tongerloo beschrijft zorg als een systeem waarin goede bedoelingen kunnen verdwijnen onder formulieren, controles en financiële voorwaarden. Voor mensen met een stabiel leven is dat al vermoeiend. Voor iemand zonder adres of verzekering kan één ontbrekend document betekenen dat een eenvoudige behandeling weken wordt uitgesteld.
Haar belangrijkste kritiek gaat niet over iedere afzonderlijke zorgverlener. Ze richt zich vooral op de manier waarop verantwoordelijkheden zijn verdeeld. De patiënt wordt van loket naar loket gestuurd en moet telkens opnieuw uitleggen wat er aan de hand is. Juist dat herhalen kan beschamend en traumatisch zijn.
In een gesprek met NRC kwam ook haar bezwaar tegen moraliserende hulpverlening naar voren. De gedachte dat mensen in armoede vooral streng moeten worden toegesproken, helpt volgens haar vaak minder dan praktische steun en serieus luisteren. Vertrouwen is geen zachte extra, maar een voorwaarde om medische en sociale problemen daadwerkelijk aan te pakken.
Daarmee raakt haar verhaal aan een groter maatschappelijk probleem. Dakloosheid ontstaat niet altijd door één persoonlijke keuze. Een combinatie van woningnood, ziekte, verlies van werk, schulden, migratieproblemen of een verbroken relatie kan iemand in korte tijd kwetsbaar maken.
Wat Komt een land bij de dokter toevoegt
In december 2024 verscheen haar boek Komt een land bij de dokter, met als ondertitel Nederland door de ogen van een straatarts. Het boek combineert patiëntverhalen met een analyse van de zorg, de verzorgingsstaat en de positie van mensen die niet goed binnen bestaande regels passen.
De kracht van het boek zit niet alleen in de schrijnende voorbeelden. Van Tongerloo probeert ook te laten zien waarom dezelfde problemen steeds terugkeren. Versnipperde hulp, een tekort aan betaalbare woningen en een sterke nadruk op zelfredzaamheid versterken elkaar.
Haar oplossing bestaat niet uit één wondermiddel. Ze pleit onder meer voor professionele nabijheid, betere bestaanszekerheid en een overheid die verantwoordelijkheid niet volledig bij de burger legt. Dat klinkt misschien groot, maar ze maakt het concreet met situaties waarin een paar uur menselijke aandacht een medisch of administratief probleem had kunnen voorkomen.
Ik vind vooral haar onderscheid tussen noodhulp en structurele verandering overtuigend. Een arts kan vandaag een wond verzorgen of een onderzoek regelen, maar daarmee is de onderliggende onzekerheid niet verdwenen. Goede zorg verlicht de schade, goed beleid voorkomt dat dezelfde schade blijft ontstaan.
Waarom haar verhaal verder gaat dan dakloosheid
De ervaringen uit de Pauluskerk gaan ook over mensen met een woning, baan of verblijfsstatus die toch nauwelijks grip op hun leven hebben. Economische dakloosheid, tijdelijke opvang en onzekere arbeidscontracten blijven soms verborgen omdat iemand formeel niet op straat slaapt.
Daarom is haar werk relevant voor een breder gesprek over de samenleving. Wie voortdurend moet bewijzen dat hij recht heeft op hulp, houdt minder tijd en energie over om te herstellen. Administratieve zelfstandigheid is niet hetzelfde als menselijke zelfredzaamheid.
Ook voor professionals buiten de zorg zit hier een belangrijke les. Een docent, schuldhulpverlener of gemeentemedewerker ziet vaak slechts één deel van het probleem. De aanpak van Van Tongerloo laat zien dat samenwerking pas werkt wanneer organisaties informatie en verantwoordelijkheid daadwerkelijk delen, in plaats van alleen door te verwijzen.
Wat professionals en lezers van haar aanpak kunnen leren
De eerste les is praktisch: begin met de vraag wat iemand vandaag nodig heeft om de volgende stap te kunnen zetten. Dat kan medische behandeling zijn, maar ook een telefoon, vervoer, een veilige slaapplek of hulp bij een formulier. Een kleine concrete actie werkt soms beter dan een uitgebreid plan dat pas maanden later resultaat belooft.
De tweede les is dat regels hun doel moeten blijven dienen. Protocollen zijn nuttig voor veiligheid en kwaliteit, maar ze mogen niet automatisch belangrijker worden dan de situatie van de patiënt. Wanneer een regel geen rekening houdt met de werkelijkheid, is professioneel oordeel nodig.
De derde les betreft taal. Woorden als “zorgmijder”, “overlastgever” of “ongemotiveerd” kunnen een persoon reduceren tot een probleem. Van Tongerloo kiest meestal voor een andere blik. Ze probeert te begrijpen welke omstandigheden iemand hebben gevormd en welke drempel hulp op dat moment onmogelijk maakt.
Dat betekent niet dat iedere hulpvraag direct kan worden opgelost. Grenzen blijven bestaan, bijvoorbeeld door beperkte capaciteit, medische risico’s of gebrek aan passende huisvesting. Juist daarom is eerlijkheid belangrijker dan mooie beloftes. Nabijheid betekent niet dat alles lukt, wel dat iemand niet te snel wordt afgeschreven.
Wat haar internationale aandacht in 2026 laat zien
In maart 2026 sprak Van Tongerloo tijdens het International Forum on Quality and Safety in Healthcare in Oslo over mensen die buiten het zorgsysteem vallen. Dat haar praktijkervaring daar op een internationaal podium terechtkwam, laat zien dat haar thema niet alleen Nederlands is.
Gezondheidsstelsels in veel landen worstelen met dezelfde spanning tussen efficiëntie en menselijke aandacht. Haar verhaal maakt duidelijk dat toegang tot zorg ook een kwestie van sociale rechtvaardigheid is. Wie geen adres, geld of documenten heeft, heeft niet minder recht op behandeling.
Toch schuilt haar invloed niet alleen in congressen of publicaties. De waarde zit vooral in de manier waarop ze abstracte discussies terugbrengt naar één persoon met een naam, klacht en geschiedenis. Dat maakt haar boodschap ongemakkelijk, maar ook bruikbaar.
De kern van haar boodschap voor een menselijker Nederland
Michelle van Tongerloo is meer dan een arts die mensen op straat helpt. Ze is een scherpe waarnemer van de plekken waar zorg, wonen, armoede en beleid elkaar raken. Haar werk laat zien dat maatschappelijke problemen niet verdwijnen wanneer een formulier is ingevuld of een patiënt naar een ander loket is verwezen.
Voor mij is de belangrijkste les dat goede hulp begint met nabijheid, aandacht en praktische verantwoordelijkheid. Wie de hele mens blijft zien, ontdekt niet alleen wat er medisch misgaat, maar ook welke keuzes in de samenleving mensen kwetsbaar maken. Dat is precies waarom haar stem in het debat over zorg en samenleving relevant blijft.