Gemiddelde studieschuld in Nederland en de gevolgen voor jou

Vrouw met handen tegen haar hoofd, starend naar laptop. Ze lijkt bezorgd over de gemiddelde studieschuld.

Geschreven door

Emil Bogan

Gepubliceerd op

30 okt 2026

Inhoudsopgave

Een studieschuld van enkele duizenden euro’s voelt heel anders dan een schuld van €30.000 of meer. De gemiddelde studieschuld in Nederland geeft daarom vooral een nuttig ijkpunt, maar zegt niet automatisch wat voor jou een normale of haalbare situatie is. Hieronder leg ik uit hoe hoog het landelijke gemiddelde ligt, waarom het bedrag is gestegen en wat rente, aflossing en een toekomstige hypotheek in de praktijk betekenen.

Dit zeggen de belangrijkste cijfers over studieleningen

  • €18.200 was de gemiddelde openstaande schuld op 1 januari 2025.
  • Oud-studenten hadden gemiddeld €18.800 schuld, tegenover €16.700 bij huidige studenten.
  • Het gemiddelde steeg sinds 2015 met €5.800.
  • De rente voor het 35-jaarregime bedraagt in 2026 2,33%; voor het 15-jaarregime 2,29%.
  • Een gemiddelde is geen mediaan. Een kleinere groep met hoge schulden kan het cijfer flink omhoogtrekken.

Wat is de gemiddelde studieschuld in Nederland?

Volgens het CBS bedroeg de gemiddelde openstaande studieschuld op 1 januari 2025 €18.200. Dat is het meest recente landelijke totaalbeeld dat ik voor dit onderwerp gebruik. Het cijfer omvat zowel huidige studenten als mensen die al zijn afgestudeerd en hun schuld nog terugbetalen.

De twee groepen liggen niet helemaal gelijk. Oud-studenten kwamen uit op gemiddeld €18.800, terwijl huidige studenten gemiddeld €16.700 schuld hadden. Dat verschil is logisch: afgestudeerden hebben vaak meerdere jaren geleend, maar hun schuld kan door rente ook nog doorlopen tijdens de aflosperiode.

Peildatum Gemiddelde schuld Verandering ten opzichte van vorig jaar
1 januari 2015 €12.400 -
1 januari 2020 €15.300 + €2.900 sinds 2015
1 januari 2023 €17.000 + €1.700 sinds 2020
1 januari 2024 €17.700 + €700
1 januari 2025 €18.200 + €500

In tien jaar tijd liep het gemiddelde daarmee met ongeveer 47 procent op. Dat betekent niet dat iedere student bijna de helft meer leent. Het is een landelijk gemiddelde waarin verschillende generaties, opleidingsniveaus en terugbetalingsfasen samenkomen.

Waarom loopt de schuld steeds verder op?

De sterkste stijging begon na de invoering van het leenstelsel in 2015. Studenten konden toen geen algemene basisbeurs meer krijgen in het hoger onderwijs en moesten een groter deel van hun levensonderhoud zelf betalen. Een lening bij de overheid werd daardoor voor veel studenten onderdeel van hun normale maandbudget.

Ook de kosten van wonen spelen een grote rol. Een studentenkamer, boodschappen, zorgverzekering en studiematerialen vragen samen al snel honderden euro’s per maand. Wie uitwonend is, heeft meestal meer financiering nodig dan iemand die bij zijn ouders blijft wonen. De woonsituatie is daarom vaak bepalender dan de opleiding zelf.

Sinds 2023 is de basisbeurs teruggekeerd voor studenten die daarvoor in aanmerking komen. Dat kan de nieuwe schuldgroei afremmen, maar het effect is niet onmiddellijk zichtbaar. Studenten die eerder onder het leenstelsel vielen, houden hun opgebouwde schuld en rente gewoon mee in de landelijke cijfers.

Mijn belangrijkste kanttekening bij het gemiddelde is dat het een rekensom over heel verschillende situaties is. Iemand met €4.000 schuld en iemand met €45.000 schuld kunnen allebei meetellen, terwijl hun financiële keuzes na de studie nauwelijks vergelijkbaar zijn.

Niet elke vorm van studiefinanciering wordt uiteindelijk schuld

Veel studenten gebruiken het woord studieschuld voor alles wat maandelijks via de studiefinanciering binnenkomt. Dat is begrijpelijk, maar financieel klopt het niet altijd. Een rentedragende lening en collegegeldkrediet moet je terugbetalen, terwijl een basisbeurs, aanvullende beurs en studentenreisproduct onder voorwaarden in een gift kunnen veranderen.

Voor mbo 3 en 4, hbo en universiteit geldt de prestatiebeurs. Behaal je binnen 10 jaar een geschikt diploma, dan wordt het prestatiebeursdeel in principe een gift. De lening zelf blijft wel altijd terugbetaalbaar, inclusief de opgebouwde rente.

  • Rentedragende lening wordt altijd terugbetaald.
  • Collegegeldkrediet wordt altijd terugbetaald.
  • Basisbeurs kan een gift worden bij tijdig afstuderen.
  • Aanvullende beurs kan eveneens een gift worden, afhankelijk van opleiding en diploma.
  • Studentenreisproduct valt bij een prestatiebeurs onder dezelfde diplomavoorwaarde.

Voor mbo 1 en 2 zijn de basisbeurs, aanvullende beurs en het reisproduct in principe direct een gift. Wie een bedrag in Mijn DUO ziet staan, doet er dus goed aan te controleren uit welke onderdelen het bestaat. Het saldo op het scherm is niet altijd gelijk aan het bedrag dat na afstuderen definitief overblijft.

Wat betekent een schuld van €18.200 voor je maandlasten?

Het landelijke gemiddelde vertelt niet rechtstreeks hoeveel je iedere maand moet betalen. De maandtermijn hangt af van je schuld, rente, terugbetalingsregels, looptijd en inkomen. Bij de meeste recente studenten geldt een aflosperiode van maximaal 35 jaar; oudere regelingen werken vaak met 15 jaar.

In 2026 bedraagt de rente voor het 35-jaarregime 2,33 procent. Voor het 15-jaarregime is dat 2,29 procent. Voor oud-studenten staat de rente doorgaans telkens vijf jaar vast, waardoor je maandbedrag of totale kosten later kunnen veranderen.

Situatie Belangrijk kenmerk Praktisch gevolg
35-jaarregime Langere aflosperiode Vaak lagere maandlasten, maar mogelijk meer rente in totaal
15-jaarregime Kortere aflosperiode Vaak hogere maandlasten en sneller schuldenvrij
Lage draagkracht Inkomen blijft onder de vrijstelling De termijn kan laag uitvallen of tijdelijk nihil zijn
Extra aflossen Je verlaagt de openstaande schuld Minder rente en mogelijk lagere maandlasten

Bij het 35-jaarregime kijkt de uitvoeringsinstantie in 2026 bij een alleenstaande zonder kinderen naar het inkomen boven een vrijstelling van €26.819,42 per jaar. De draagkracht bedraagt daar 4 procent van het inkomen boven die grens. Met een partner of als alleenstaande ouder ligt de vrijstelling hoger.

Een eenvoudig voorbeeld maakt het verschil duidelijk. Wie €18.200 schuld heeft, 2,33 procent rente betaalt en over een lange periode aflost, kan een veel lagere maandtermijn krijgen dan iemand met dezelfde schuld onder een 15-jaarregeling. Het precieze bedrag kun je alleen betrouwbaar berekenen met je eigen gegevens, omdat inkomen en terugbetalingsregime zwaar meetellen.

Wanneer is jouw bedrag laag, gemiddeld of hoog?

Ik zou een persoonlijke schuld niet beoordelen met één harde grens. Een bedrag van €10.000 kan zwaar voelen bij een laag startsalaris, terwijl €30.000 beheersbaar kan zijn voor iemand met een stabiel inkomen en lage woonlasten. De verhouding tussen schuld, inkomen en vaste uitgaven zegt meer dan het bedrag alleen.

Gebruik het landelijke cijfer daarom als vergelijking, niet als doelbedrag. Zit je rond €18.000, dan zit je ongeveer bij het gemiddelde van alle huidige en voormalige studenten. Dat betekent niet dat je financieel goed of slecht bezig bent, en ook niet dat je zonder gevolgen nog eens hetzelfde bedrag kunt lenen.

Voor een bruikbare persoonlijke beoordeling kun je deze stappen volgen:

  1. Controleer in Mijn DUO welk deel lening is en welk deel prestatiebeurs.
  2. Noteer het actuele saldo en het rentepercentage van je huidige rentevaste periode.
  3. Bereken hoeveel je maandelijks overhoudt na huur, zorgverzekering, boodschappen en andere vaste lasten.
  4. Maak een schatting van je toekomstige inkomen, maar reken niet uitsluitend met het salaris uit een vacature.
  5. Vergelijk de verwachte termijn met je budget en reserveer ruimte voor rente en inkomensschommelingen.

Een veelgemaakte fout is om alleen naar de maandtermijn te kijken. Een lage betaling kan prettig zijn, maar bij een langere looptijd betaal je langer rente. Andersom is extra aflossen niet altijd de beste eerste stap als je nog geen noodbuffer hebt of binnenkort wilt verhuizen.

De invloed op wonen, sparen en een hypotheek

Een studieschuld staat niet op dezelfde manier geregistreerd als een consumptief krediet, maar hypotheekverstrekkers moeten er wel rekening mee houden. In de praktijk kijken zij vooral naar de maandelijkse verplichting aan DUO. Daardoor kan dezelfde oorspronkelijke schuld bij verschillende terugbetalingsregimes een ander effect hebben op je maximale hypotheek.

Wie kiest voor een langere aflosperiode heeft vaak lagere maandlasten en kan daardoor voor een hogere hypotheek in aanmerking komen. Daar staat tegenover dat de schuld langer blijft bestaan en de totale rentekosten hoger kunnen uitvallen. Extra aflossen kan je maandlast verlagen, maar het geld zit daarna niet meer in je spaargeld.

Mijn voorkeur is om eerst een eenvoudige volgorde aan te houden. Bouw een buffer op voor onverwachte kosten, betaal dure commerciële schulden af en kijk daarna pas of versneld aflossen logisch is. De rente op een studieschuld is meestal lager dan die van veel andere leningen, maar dat maakt de schuld nog niet gratis.

Ook sparen voor een woning vraagt om maatwerk. Extra aflossen kan helpen bij de hypotheekberekening, terwijl liquide spaargeld nodig blijft voor kosten koper, inrichting en financiële tegenvallers. Wie binnen enkele jaren wil kopen, doet er verstandig aan de gevolgen samen met een hypotheekadviseur door te rekenen.

Wat je in 2026 verstandig controleert

De cijfers veranderen jaarlijks, maar je eigen administratie kun je vandaag al op orde brengen. Controleer eerst of je aanvullende beurs hebt aangevraagd. Die beurs hangt onder meer af van het inkomen van je ouders en kan de behoefte aan lenen flink verkleinen.

Gebruik daarnaast de officiële rekenhulp om je verwachte maandbedrag te schatten. Kijk niet alleen naar het gunstigste scenario, maar ook naar een situatie waarin je na afstuderen tijdelijk minder verdient. Een begroting met ruimte voor tegenvallers is veel bruikbaarder dan een berekening die precies op nul uitkomt.

Let ten slotte op de overgang van studeren naar terugbetalen. Na de aanloopfase begint de aflosperiode en wordt je rente voor een nieuwe periode vastgesteld. Heb je een partner, verander je van inkomen of koop je een huis, controleer dan opnieuw welke gegevens voor jouw maandbedrag en financiële ruimte gelden.

Het landelijke cijfer helpt vooral bij een nuchtere beslissing

De stand van €18.200 gemiddeld laat zien dat een studieschuld in Nederland voor veel studenten een structureel onderdeel van de financiering is geworden. Toch is het bedrag pas betekenisvol wanneer je het naast je eigen inkomen, woonlasten, rente en terugbetalingsregels legt.

Zie het gemiddelde dus als een startpunt voor een gesprek met jezelf, niet als een norm waar je naartoe moet lenen. Wie precies weet welk deel van de schuld definitief is, welke rente geldt en hoeveel ruimte er maandelijks overblijft, maakt uiteindelijk een veel betere keuze dan iemand die zich alleen aan het landelijke bedrag spiegelt.

Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve en educatieve doeleinden. Het materiaal is opgesteld met behulp van moderne analytische en taalhulpmiddelen (AI). Raadpleeg een deskundige voordat u een beslissing neemt.

Veelgestelde vragen

Op 1 januari 2025 bedroeg de gemiddelde openstaande studieschuld €18.200. Oud-studenten hadden gemiddeld €18.800 schuld en huidige studenten €16.700. Het gemiddelde steeg sinds 2015 met ongeveer 47 procent.

Een rentedragende lening en collegegeldkrediet moet je altijd terugbetalen, inclusief rente. De basisbeurs, aanvullende beurs en het studentenreisproduct kunnen onder voorwaarden een gift worden als je binnen 10 jaar een geschikt diploma behaalt. Voor mbo 1 en 2 zijn deze onderdelen in principe direct een gift.

De maandtermijn hangt af van je schuld, rente, terugbetalingsregime en inkomen. In 2026 bedraagt de rente 2,33 procent voor het 35-jaarregime en 2,29 procent voor het 15-jaarregime. Bij het 35-jaarregime kijkt DUO bij een alleenstaande zonder kinderen naar het inkomen boven €26.819,42; de draagkracht bedraagt daar 4 procent van het meerdere.

Hypotheekverstrekkers houden rekening met de maandelijkse verplichting aan DUO. Een langere aflosperiode kan leiden tot lagere maandlasten en daardoor soms meer hypotheekruimte, maar de schuld blijft langer bestaan en kan meer rente kosten. Extra aflossen kan de maandlast verlagen, terwijl je spaargeld dan niet meer beschikbaar is voor een buffer of kosten rond een woning.

Beoordeel het artikel

Beoordeling: 0.00 Aantal stemmen: 0

Tags:

studieschuld studiefinanciering rente aflossing hypotheek

Bericht delen

Emil Bogan

Emil Bogan

Mijn naam is Emil Bogan en ik heb meer dan 10 jaar ervaring in het schrijven over onderwerpen die verband houden met maatschappij, onderwijs en digitaal entertainment. Mijn interesse in deze gebieden is ontstaan uit een verlangen om complexe onderwerpen toegankelijk te maken voor een breder publiek. Ik vind het belangrijk om informatie te delen die niet alleen nauwkeurig en actueel is, maar ook begrijpelijk en relevant voor de lezers. In mijn artikelen richt ik me op het verduidelijken van trends en ontwikkelingen, en ik ben er trots op om bronnen zorgvuldig te controleren en informatie te vergelijken. Mijn doel is om lezers te helpen bij het begrijpen van de uitdagingen en mogelijkheden die de moderne wereld biedt, vooral op het gebied van onderwijs en digitaal entertainment. Door kennis op een duidelijke manier te organiseren, hoop ik bij te dragen aan een beter begrip van deze fascinerende onderwerpen.

Schrijf een reactie