Hoeveel moslims wonen er in Nederland? Dit zegt 6 procent

Man met een moslimmuts leest de Koran. Dit beeld roept vragen op over het percentage moslims in Nederland.

Geschreven door

Emil Bogan

Gepubliceerd op

26 okt 2026

Inhoudsopgave

Een percentage zegt pas iets wanneer je weet hoe het is berekend. Het aandeel moslims in Nederland ligt volgens de nieuwste definitieve meting rond 6 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder. Ik leg uit wat dat cijfer precies betekent, waarom bronnen soms 6 of 7 procent noemen en hoe leeftijd, woonplaats en religieuze betrokkenheid het beeld nuanceren.

De belangrijkste cijfers in één oogopslag

  • 6 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder noemt zichzelf in 2025 moslim.
  • In 2024 lag het gemeten aandeel op 7 procent, mede door een gewijzigde weegmethode.
  • Het gaat om zelfidentificatie, niet om een registratie van religie in een bevolkingsregister.
  • Onder jongeren ligt het aandeel duidelijk hoger dan onder ouderen, met ongeveer 13 tot 14 procent bij 15- tot 25-jarigen in 2024.
  • Ongeveer de helft van de moslims bezocht in 2024 minstens maandelijks een moskee of andere religieuze bijeenkomst.

Hoeveel moslims wonen er in Nederland?

Het korte antwoord is ongeveer 6 procent. Volgens het CBS rekende in 2025 6 procent van de inwoners van 15 jaar en ouder zich tot de islam. Anders gezegd gaat het om ongeveer één op de zeventien volwassen Nederlanders binnen de onderzochte leeftijdsgroep.

De cijfers zijn afgerond. Daardoor moet je 6 procent niet lezen als een exact aantal personen. Bovendien gaat het onderzoek niet over alle inwoners, maar over mensen van 15 jaar en ouder. Het werkelijke aandeel onder de totale bevolking kan dus iets afwijken, omdat kinderen jonger dan 15 jaar niet op dezelfde manier in deze statistiek worden meegenomen.

Jaar Aandeel dat zichzelf moslim noemt Onderzoeksgroep
2010 5 procent 15 jaar en ouder
2020 5 procent 15 jaar en ouder
2023 6 procent 15 jaar en ouder
2024 7 procent 15 jaar en ouder
2025 6 procent 15 jaar en ouder

Mijn belangrijkste conclusie uit deze reeks is dat het aandeel over langere tijd licht is toegenomen, maar niet explosief. De verschillen tussen opeenvolgende jaren kunnen deels door steekproeven, afronding en de berekeningsmethode ontstaan. Wie alleen naar één jaar kijkt, loopt daarom het risico een tijdelijke schommeling als een grote maatschappelijke trend te interpreteren.

Waarom noemen sommige bronnen 6 en andere 7 procent?

Het verschil heeft vooral te maken met meetmethode en afronding. Het CBS heeft de religiecijfers over 2024 in 2026 opnieuw berekend met een aangepaste weegmethode. Daardoor werd het aandeel moslims voor 2024 definitief op 7 procent vastgesteld, terwijl de nieuwste meting over 2025 uitkomt op 6 procent.

Daarnaast vraagt het onderzoek aan mensen bij welke religie of levensbeschouwelijke groep zij zichzelf rekenen. Het cijfer is dus geen telling van moskeeleden en ook geen schatting op basis van iemands naam, afkomst of geboorteland. Dat onderscheid vind ik essentieel, omdat herkomst en religie niet hetzelfde zijn.

Iemand met een Turkse, Marokkaanse, Iraakse of Surinaamse achtergrond kan moslim zijn, maar dat hoeft niet. Omgekeerd zijn er ook moslims met een Nederlandse, Bosnische, Indonesische, Afghaanse of andere achtergrond. Het percentage beschrijft vooral hoe mensen zichzelf op het moment van de enquête identificeren.

Onder jongeren ligt het aandeel duidelijk hoger

Het landelijke gemiddelde verbergt flinke verschillen tussen leeftijdsgroepen. In 2024 noemde ongeveer 14,2 procent van de 15- tot 18-jarigen en 13,4 procent van de 18- tot 25-jarigen zichzelf moslim. Bij 25- tot 35-jarigen was dat 9 procent.

  • 15 tot 18 jaar: 14,2 procent
  • 18 tot 25 jaar: 13,4 procent
  • 25 tot 35 jaar: 9 procent
  • 35 tot 45 jaar: 8,1 procent
  • 45 tot 55 jaar: 7,1 procent
  • 55 tot 65 jaar: 4,6 procent
  • 65 jaar en ouder: minder dan 1 procent

Deze verdeling hangt samen met de leeftijdsopbouw van verschillende bevolkingsgroepen en met migratiegeschiedenis. Ze betekent niet automatisch dat Nederland in hetzelfde tempo religieuzer wordt. Jongeren kunnen zich wel tot de islam rekenen, maar verschillen sterk in hoe vaak zij bidden, vasten of een moskee bezoeken.

Dat zie je ook terug in de cijfers over religieuze betrokkenheid. Van de mensen die zichzelf moslim noemen, bezocht in 2024 ongeveer de helft minstens maandelijks een religieuze bijeenkomst. Identiteit en dagelijkse praktijk vallen dus niet bij iedereen samen.

Groep mannen, jong en oud, bidden samen. Een beeld dat de diversiteit en het groeiende percentage moslims in Nederland weerspiegelt.

Waarom is de islam vooral in steden zichtbaar?

Het nationale percentage zegt weinig over de ervaring in een afzonderlijke gemeente. In grote steden is de islam vaak zichtbaarder in het straatbeeld door een grotere bevolkingsdichtheid, meer gebedshuizen, islamitische winkels, scholen en organisaties.

Dat betekent niet dat elke grote stad hetzelfde beeld heeft. Ook binnen steden verschillen wijken sterk. In de Randstad wonen relatief veel mensen met Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en andere internationale achtergronden, maar ook daar blijft het onjuist om afkomst rechtstreeks als religieuze identiteit te gebruiken.

Voor scholen, werkgevers en gemeenten is het daarom praktischer om naar de lokale situatie te kijken dan alleen naar het landelijke gemiddelde. Denk aan ruimte voor gebed, halalopties, verlof rond religieuze feestdagen en duidelijke afspraken over kleding. Flexibiliteit werkt beter dan aannames over wat iemand wel of niet belangrijk vindt.

Wat zegt dit aandeel over de Nederlandse samenleving?

Een aandeel van 6 procent betekent dat moslims een zichtbare minderheid vormen, maar geen meerderheid. Tegelijk is het een diverse groep met verschillen in taal, afkomst, opleidingsniveau, geloofsbeleving en generatie.

De cijfers geven daarom geen antwoord op vragen als hoeveel mensen dagelijks praktiseren, hoe belangrijk religie voor hen is of welke politieke opvattingen zij hebben. Daarvoor zijn aanvullende onderzoeken nodig. Ik zie juist daar vaak verwarring ontstaan, omdat één statistisch percentage wordt gebruikt alsof het de hele groep beschrijft.

Voor de samenleving is vooral de combinatie van demografie en deelname belangrijk. Jongere moslims zijn meestal in Nederland geboren of groeien hier op, volgen onderwijs, werken en nemen deel aan dezelfde publieke instellingen als andere inwoners. Hun religieuze identiteit is één onderdeel van hun leven, niet automatisch een volledige verklaring van hun gedrag.

Ook discussies over integratie worden sterker wanneer ze op concrete gegevens zijn gebaseerd. Het aandeel moslims is relevant voor beleid en maatschappelijke vertegenwoordiging, maar zegt op zichzelf niets over de kwaliteit van samenleven. Daarvoor tellen ook gelijke kansen, contact tussen groepen en het voorkomen van discriminatie mee.

Eén landelijk percentage vraagt om een genuanceerde lezing

Voor 2026 is de meest bruikbare samenvatting dat ongeveer 6 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder zichzelf moslim noemt. Het cijfer ligt al langere tijd in de buurt van 5 tot 7 procent en moet worden gelezen als een enquête-uitkomst, niet als een exacte volkstelling.

Wie verder kijkt, ziet drie belangrijke nuances. Het aandeel ligt hoger onder jongeren, verschilt per woonomgeving en zegt niets automatisch over de mate waarin mensen hun geloof praktiseren. Dat maakt het getal niet minder waardevol, maar wel eerlijker interpreteerbaar.

Mijn praktische vuistregel is eenvoudig: gebruik het landelijke percentage om de orde van grootte te begrijpen, en kijk voor conclusies over buurten, scholen of generaties altijd naar aanvullende gegevens. Zo blijft de discussie over religie in Nederland feitelijk, menselijk en vrij van overdreven verwachtingen.

Veelgestelde vragen

Ongeveer 6 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder noemt zichzelf moslim. Dat komt neer op ongeveer één op de zeventien mensen binnen deze onderzoeksgroep. Het gaat om een afgerond enquêtecijfer en niet om een exacte volkstelling.

Het verschil komt vooral door de meetmethode, afronding en een aangepaste weegmethode. Het aandeel voor 2024 werd later definitief vastgesteld op 7 procent, terwijl de nieuwste meting over 2025 uitkomt op 6 procent.

In 2024 noemde 14,2 procent van de 15- tot 18-jarigen en 13,4 procent van de 18- tot 25-jarigen zichzelf moslim. Bij 25- tot 35-jarigen was dat 9 procent, tegenover minder dan 1 procent onder 65-plussers. Deze verschillen hangen onder meer samen met leeftijdsopbouw en migratiegeschiedenis.

Nee. Het onderzoek meet zelfidentificatie en niet automatisch de mate van religieuze praktijk. Van de mensen die zichzelf moslim noemen, bezocht in 2024 ongeveer de helft minstens maandelijks een moskee of andere religieuze bijeenkomst.

Beoordeel het artikel

Beoordeling: 5.00 Aantal stemmen: 2

Tags:

islam demografie jongeren moskeeën

Bericht delen

Emil Bogan

Emil Bogan

Mijn naam is Emil Bogan en ik heb meer dan 10 jaar ervaring in het schrijven over onderwerpen die verband houden met maatschappij, onderwijs en digitaal entertainment. Mijn interesse in deze gebieden is ontstaan uit een verlangen om complexe onderwerpen toegankelijk te maken voor een breder publiek. Ik vind het belangrijk om informatie te delen die niet alleen nauwkeurig en actueel is, maar ook begrijpelijk en relevant voor de lezers. In mijn artikelen richt ik me op het verduidelijken van trends en ontwikkelingen, en ik ben er trots op om bronnen zorgvuldig te controleren en informatie te vergelijken. Mijn doel is om lezers te helpen bij het begrijpen van de uitdagingen en mogelijkheden die de moderne wereld biedt, vooral op het gebied van onderwijs en digitaal entertainment. Door kennis op een duidelijke manier te organiseren, hoop ik bij te dragen aan een beter begrip van deze fascinerende onderwerpen.

Schrijf een reactie